MACHU PICCHU – INCA BESCHAVING

Inka Wiracocha and Inka PachacuteqDe Inca’s beleefden minder dan honderd glorieuze jaren, maar toch slaagde deze stam uit Cusco in deze korte periode erin om een groot aantal regionale staten in Zuid-Amerika te veroveren. Tijdens het hoogtepunt van het Incarijk bevond hun zuidelijke grens zich aan de Maule-rivier in Chili, en hun noordgrens zich aan de Ancasmayo-rivier in Colombia. Dit rijk werd ‘Tahuantinsuyo’ genoemd.

We weten uit historische geschriften en uit archeologische vondsten dat de Inca’s geen schrift kenden, maar ze moeten gebruik hebben gemaakt van enkele symbolen en wellicht diagrammen. De Quipu (een collectie gekleurde bindtouwen en knopen) werd veelvuldig gebruikt om mee te rekenen en te registreren. Maar om Quipus te lezen zijn zeer goed opgeleide vertalers nodig, en de Spanjaarden waren niet bij machte om zelfs ook maar één van deze specialisten te localiseren of te ondervragen.

Voorafgaand aan de Incaperiode ontwikkelden zich in het land dat we nu kunnen als Peru een groot aantal lokale staten met hoog cultureel, administratief en artistiek ontwikkelingsniveau (Chavin, Paracas, Nazca, Mochica, etc.), inclusief de Wari-cultuur, die zich van de zevende tot de tiende eeuw over vrijwel geheel Peru uitspreidde.

Er zijn een aantal interessante ‘oorsprong mythes’ over de vraag waar de Inca’s vandaan kwamen, maar hoogstwaarschijnlijk waren ze een stam uit de regio van het Titicacameer. Deze stam was de Quechua (de naam die nu nog gebruikt wordt om de inheemse taal mee aan te duiden) en het hoofd van de stam werd de Inca genoemd. Heden ten dage wijst de naam Inca op alle pre-Colombiaanse samenlevingen in Peru, en hoofdzakelijk op de op verovering gerichte Quechuastam. Na enkele eeuwen consolideerde deze groep zijn macht, nadat de buurstammen verslagen waren en rond 1438 grepen de Inca’s daadwerkelijk de macht, onder leiding van de Inca Pachacutec.

De Inca Pachacutec begon zijn territorium uit te breiden met behulp van zowel militaire als diplomatieke middelen, door wederzijdse verdragen met zijn buren af te sluiten – of simpelweg door veroveringen. Al de prestaties van de Inca’s waren er eigenlijk al voorafgaand aan het Incarijk – mooie rotsconstructies, cultiveringssystemen en irrigatie – maar wat de Inca’s deden was organiseren, besturen, en het creëren van een pan-Andes staat, die vele oorlogvoerende stammen samenbracht. Het suces van de wederzijdse afspraken en het beheer was gebaseerd op een gemeenschappelijk economisch systeem, een systeem van landbouwproductie, van redistributie van de oogst, en van een gemeenschappelijke religie. Het was een systeem dat steunde op een theocratische hierarchie van de soevereine Inca en zijn elite in Cusco, waar de verslagen elite van de veroverde staten in opgenomen werd. In vele gevallen stond de Inca de edelen van andere stammen toe hun koninkrijken te blijven regeren.

Tahuantinsuyo MapVan vitaal belang voor de Inca-expansie was de aanleg van duizenden kilometers aan wegen, die de communicatie tussen de verschillende delen van de staat perfect deed verlopen. Eveneens belangrijk was het verenigende aspect van centrale religieuze thema’s als de cultus van de Zon, het Water en de Aarde en de invoering van het Quechua (of Runasimi) als de officiele taal.

Tahuantinsuyo werd verdeeld in vier delen (of ‘suyos’), die met Cusco in contact stonden via een uitgebreid netwerk van Incawegen. Ten noordoosten van Cusco lag Chinchasuyo, ten zuidoosten Contisuyo ten noordoosten Antisuyo en ten zuidoosten Collasuyo. Deze staat breidde zich te snel uit en raakte in verval tijdens een opvolgingsstrijd tussen de broers Huascar en Atahualpa tussen 1524 en 1532. Beiden waren zonen van de Inca Huayna Capac, die onverwacht overleed aan een verkoudheid, een virus dat al vanuit Europa in Zuid-Amerika was gearriveerd met de komst van de eerste veroveraars.

De laatste slag aan het Incarijk werd toegebracht door een kleine groep Spaanse veroveraars, aangevoerd door Francisco Pizarro, die de Inca Atahaulpa (die als overwinnaar uit de broederstrijd te voorschijn kwam) gevangennam en later executeerde. Met zijn dood in 1533 stortte het Incarijk in elkaar.

Pizarro en zijn veroveraars namen Cusco in november 1533 in en de stad bleef de volgende drie jaar intact, totdat de Spaanse marionet Manco Inca een enorm Indiaans leger van tussen de 100.000 en 200.000 man bijeenbracht en Cusco voor meer dan zes maanden belegerde, wat leidde tot vele vernietingen in de Incahoofdstad.

Francisco PizarroUiteindelijk trok Manco Inca zich tot diep in het oerwoud terug. Vanuit Vilcabamba zette hij zijn guerilla-oorlog voort, totdat hij in 1545 werd vermoord door leden van de factie van Diego de Almagro, die hij een schuilplaats had verleend in Vitcos.Manco Inca kreeg het niet voor elkaar om zijn strijdlustige geest op zijn zoon Sayri Tapac over te brengen, want die liet zich kennelijk door zijn familieleden in Cusco overhalen om met de Spaanse kroon in zee te gaan.

Na de dood van Sayri Tupac nam zijn broer Titu Kusi Yupanqui het leiderschap op zich – hij werd als een Christen gedoopt en collaboreerde in het algemeen met de Spanjaarden – en stierf later aan een mysterieuze ziekte.

Toen kwam Tupac Amaru, de jongere broeder, jong en onervaren, maar een grote vijand van de veroveraars, aan de macht. De Spanjaarden, die in zijn opstandige karakter het tegenovergestelde van zijn broeders zwakte ontdekten, orderden zijn gevangenname en vervolgden hem tot in de laatste hoofdstad van de Inca’s bij Espirtu Pampa.

Tupac Amaru werd onthoofd op het centrale plein van Lima, in de aanwezigheid van Onderkoning Toledo op 24 september 1572. Zo werd de lijn van de Inca’s waarachtig verbroken.


Share This
Facebook
Twitter
Google+
LinkedIn
Share:
0
0
0